Voor de plakjes snijd je staven rijstdeeg schuin in ovalen van 5 mm dik. In de toko vind je ze kant-en-klaar gesneden als tteokguk-tteok, gekoeld of diepgevroren. Week ze 20 minuten in koud water, dan garen ze gelijkmatig en kleven ze niet aan de bodem van de pan. De bouillon kook je van runderborst, knoflook en soepsojasaus. Ze blijft licht en smaakt naar vlees. Erbovenop leg je gele en witte eierreepjes, geroosterde zeewierreepjes en lente-ui.
Meer over het deeg staat bij garaetteok, de staven waaruit je de plakjes snijdt. Met dumplings in dezelfde bouillon wordt het tteok-mandu-guk, de vulling daarvoor laat mandu gukzien. Overgebleven rijstkoeken stoof je de volgende dag pittig als tteokbokki.
Afbeelding: door AI gegenereerd.
